Een levensmiddelenslang moet aantoonbaar voldoen aan normen voor materialen die in contact komen met voedsel; voor een gewone waterslang gelden die eisen niet. De belangrijkste normen zijn de Europese verordening (EG) 1935/2004 en de Amerikaanse FDA-regelgeving 21 CFR 177.2600. Aan welke normen een slang voldoet, staat vermeld op het datablad.
Het verschil zit vooral in de binnenwand. Bij een levensmiddelenslang is die vrij van schadelijke stoffen en van carbon black (roet), en geeft hij geen smaak of geur af aan het product. Ook de versterking mag het product niet beïnvloeden: roestvorming van de spiraal moet zijn uitgesloten. Levensmiddelen zijn overigens niet alleen melk en sappen, maar ook eetbare oliën, vetten, bier en wijn.
Bij water is bovendien de vraag om wat voor water het gaat. Drinkwater kent eigen normen, terwijl industriewater of oppervlaktewater andere eisen stelt. Een voorbeeld van een levensmiddelenslang is de LIQFOOD-16-SD: een NBR zuig- en persslang met een witte, gladde binnenwand die voldoet aan FDA en EU 1935/2004, geschikt voor onder meer melk, plantaardige oliën, vruchtensappen, bier, wijn en alcohol tot 92%. Bekijk alle levensmiddelenslangen.
Wat is het verschil tussen een levensmiddelenslang en een gewone waterslang?
- Welke slang is geschikt voor het transport van agressieve chemicaliën?
- Wat is het verschil tussen een levensmiddelenslang en een gewone waterslang?
- Wanneer kies ik een abrasiebestendige slang in plaats van een standaard industriële slang?
- Welke slang is geschikt voor hogedruk stoomtoepassingen?
- Wanneer is een vlak oprolbare slang, zoals de FLOWINFLAT® PROBUNKER, een betere keuze dan een ronde slang?






